Wat zijn de beperkingen van trillingsmetingen die alleen op lagerhuizen worden uitgevoerd?

Trillingsmetingen die uitsluitend op lagerhuizen worden uitgevoerd, missen een aanzienlijk deel van de informatie die nodig is voor een betrouwbare conditiebeoordeling van een machine. De meetlocatie bepaalt namelijk welke schadevormen zichtbaar worden en welke volledig buiten beeld blijven. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over de beperkingen van deze aanpak en wanneer aanvullende meettechnieken noodzakelijk zijn.

Welke schadevormen missen trillingsmetingen op lagerhuizen?

Trillingsmetingen op lagerhuizen detecteren primair mechanische onbalans, uitlijningsfouten en lagerschade die zich via het lagerhuis naar de sensor voortplant. Schadevormen die zich elders in de machine manifesteren, zoals elektrische storingen in de wikkelingen, rotorstaafbreuk, resonantie in het frame of tandwielschade diep in een tandwielkast, worden bij deze meetopstelling vaak niet of onvolledig waargenomen.

Concreet betekent dit dat de volgende schadevormen bij een meting uitsluitend op het lagerhuis kunnen worden gemist:

Elk van deze schadevormen kan leiden tot plotselinge uitval zonder dat een standaard vibratieanalyse op het lagerhuis een duidelijk waarschuwingssignaal heeft afgegeven. Juist bij kritische installaties is dit een risico dat niet onderschat mag worden.

Waarom beïnvloedt de meetlocatie de betrouwbaarheid van de meting?

De meetlocatie bepaalt direct welke trillingsenergie de sensor bereikt. Een trillingssignaal verzwakt naarmate het een langere weg aflegt door materiaal, verbindingen en constructiedelen. Hoe verder de sensor van de trillingsbron is geplaatst, hoe meer signaalverlies optreedt en hoe moeilijker het is om vroege schade betrouwbaar te detecteren.

Bij een lagerhuis dat op een stijf, massief frame is gemonteerd, wordt het signaal anders overgedragen dan bij een lagerhuis dat op een flexibele of gelaagde constructie zit. Bovendien speelt de richting van de meting een grote rol: een sensor die alleen in radiale richting meet, mist axiale trillingscomponenten die juist kenmerkend zijn voor bepaalde uitlijningsfouten of axiale lagerschade. Een enkele meetpositie geeft daardoor altijd een incompleet beeld van de werkelijke conditie van de machine.

Wat zijn de beperkingen bij langzaam draaiende machines?

Bij langzaam draaiende machines zijn de beperkingen van trillingsmetingen op lagerhuizen het grootst. Bij lage toerentallen is de trillingsenergie die een defect lager genereert zo gering dat standaard versnellingssensoren dit signaal nauwelijks boven het ruisniveau uit laten komen. Vroege lagerschade blijft daardoor onzichtbaar totdat de schade al ver gevorderd is.

Machines die draaien onder de 100 omwentelingen per minuut, zoals bepaalde transportbanden, mixers of windmolens, vereisen gespecialiseerde meettechnieken. Denk aan ultrageluidsmeting of speciale lagefrequentiesensoren met een hogere gevoeligheid. Zonder deze aanpassing is de lagerdiagnose bij langzaam draaiende machines op basis van standaard vibratiemetingen onbetrouwbaar en kan schade onopgemerkt blijven tot vlak voor een breuk.

Hoe beïnvloeden omgevingsfactoren de meetresultaten?

Omgevingsfactoren kunnen trillingsmetingen op lagerhuizen sterk vertekenen. Externe trillingsbronnen zoals nabijgelegen machines, transportbanden of compressoren voegen ruis toe aan het meetsignaal, waardoor het onderscheid tussen machine-eigen trillingen en achtergrondtrillingen moeilijker te maken is. Dit verhoogt het risico op zowel valse alarmen als gemiste schade.

Temperatuur speelt eveneens een rol: bij hoge omgevingstemperaturen kunnen sensorkarakteristieken verschuiven, wat de nauwkeurigheid beïnvloedt. Vocht, stof en chemische dampen kunnen de sensor of de bevestiging aantasten, wat leidt tot signaalverstoring. In industriële omgevingen zoals de voedingsmiddelenindustrie of de chemische sector zijn deze omgevingsinvloeden eerder regel dan uitzondering, en moet hiermee expliciet rekening worden gehouden bij de interpretatie van meetresultaten.

Welke aanvullende meettechnieken compenseren deze beperkingen?

Verschillende aanvullende meettechnieken compenseren de beperkingen van trillingsmetingen die alleen op lagerhuizen worden uitgevoerd. De keuze voor een techniek hangt af van het type machine, het toerental en de te verwachten schadevormen.

Conditiemonitoring is het meest effectief wanneer meerdere technieken gecombineerd worden. Geen enkele methode afzonderlijk geeft een volledig beeld van de gezondheid van een roterende machine.

Wanneer is een volledige conditiemeting noodzakelijk?

Een volledige conditiemeting is noodzakelijk wanneer een machine kritisch is voor de productiecontinuïteit, wanneer eerder uitgevoerde trillingsmetingen op lagerhuizen geen duidelijke oorzaak voor een storing hebben kunnen aanwijzen, of wanneer de machine al een verhoogd trillingsniveau vertoont zonder dat de bron is geïdentificeerd.

Daarnaast zijn er specifieke situaties waarin een uitgebreidere meting altijd gerechtvaardigd is:

Voor metingen op locatie geldt dat een volledig conditieonderzoek ook de omgevingsfactoren en de installatieopstelling meeneemt, zodat de meetresultaten in de juiste context worden geïnterpreteerd. Bij twijfel over de conditie van een machine is het altijd verstandiger om vroeg een volledig onderzoek te laten uitvoeren dan te wachten op een ongeplande storing.

Hoe EME helpt met trillingsmetingen en conditiemonitoring

EME biedt een volledige aanpak voor conditiemonitoring die verder gaat dan standaard trillingsmetingen op lagerhuizen. Met meer dan 40 jaar ervaring in aandrijf- en besturingstechniek begrijpt EME welke beperkingen standaard meetmethoden hebben en hoe deze worden gecompenseerd met aanvullende technieken en vakkundige interpretatie.

Wilt u weten welke meettechniek het meest geschikt is voor uw installatie, of wilt u een volledige conditiemeting laten uitvoeren? Neem contact op met EME voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Ook leuk om te lezen

Technicus meet trillingen op grote industriële elektromotor met diagnostische probe, omgeven door zware machinerie in fabriekshal.

Welke aanvullende metingen geven zonder demontage meer zekerheid over de staat van een machine?

EME-monteur met helm en veiligheidsvest inspecteert industriële elektromotor bij nacht, verlicht door amber werklamp op fabriekshal.

Hoe toets ik vooraf of mijn storingsorganisatie klaar is voor een nachtelijke calamiteit?

Technicus in vettige handschoen traceert checklistitem in versleten onderhoudslogboek op stalen werkbank, met gedemonteerde elektromotor op de achtergrond.

Hoe controleer ik of onderhoud volgens de voorschriften van de fabrikant is uitgevoerd?